Myrthe van der Mark

  1. EEN VERLOREN ZIEL, VIER LETTERS

     

    Het was 14 uur met de trein. Deze begonnen met een man die zei dat ik alles moest aanpakken. Hij gaf me een fles water. Hierdoor mistte hij bijna zijn eigen aansluiting. We keken naar het landschap waar ik me steeds minder in thuis voelde. Thuis ben je pas als je onderweg bent naar iets wat je wilt. Hij had een raadsel voor me: 'Een verloren ziel, vier letters.' Hij dronk ook uit de fles water, zonder het te vragen. Ik deed eigenlijk iets wat niet kon, daarmee kwetste ik anderen. Anderen maken veel uit van wie je bent, maar niet genoeg om geen schepen te verbranden.
    Ik spaar voor een haven. Tot nu toe heb ik enkel een lening die ik moet aflossen. Een lening is zoiets als een onopgeloste Sudoku. Met wiskunde en inzicht en iemand die zegt: 'Ik weet de uitkomst, maar die zeg ik niet.'
    Ik heb besloten dat ik niet meer blijf staan, daarom ben op die trein gestapt. Voor de volgende aansluiting moest ik een nieuw ticket kopen. Ik was nummer 472, het getal in de wachtruimte blonk me toe: 423. Dat maakte veel wachtenden voor me. Na mij kwam een meisje binnen die een nummer trok, haar blik wierp op 423 en ze begon te wenen. Strategisch. Ik begon ook te wenen en probeerde zo veel mogelijk blikken te vangen. De omzittenden hechtten geen waarde aan mijn waterlanders. Luchttypes.

    Als ik een kleur kies, kies ik blauw. Dat viel mijn moeder gister ook op. Toen ik met haar in bed lag waren we zo innig verstrengeld dat ik dacht dat ik opnieuw geboren zou worden. Oefening baart kunst en kunst baart zorgen. En de vrijheid om 14 uur in een trein te wachten op het eindstation met vragen die enkel soms een oplossing bieden. Want wachten is pas wachten als je beslist om te wachten. En iedereen wacht weleens, al is het om de verveling op te zoeken. Uit verveling groeit de mooiste boom. De boom die kauwgom wordt als je het doorslikt, na een taaie rit van kauwen en smaak verliezen. Een beetje zoals bij relaties. Bomen staan enkel alleen als ze geplant zijn door mensen. En dat is nu net hetgeen wat niemand wilt, maar waar iedereen mee instemt. Zoals alles in het leven. Zelfs de instemming met mijn baarmoeder, waar een eitje is verenigd met een zaadje. Ik vertelde je over het ei wat ik at, waar een kuiken in zat.

    Ik steek de volgende sigaret op en kijk naar het vel paardenstickers. De stickers staan los van elkaar, er mist er één. Ik teken mijzelf er in. Als ik een dier was, was ik een roofvogel. Zij houden zich enkel bezig met jagen. Altijd als ik droom dat ik vlieg is er een moment dat ik val. Dan tintelt mijn buik zo onbedaarlijk dat ik wakker word.

    Toen ik na 14 uur aankwam sprong je van de ene trampoline op de andere. De val was zo menselijk dat het ongemakkelijk had kunnen zijn. Maar mijn komst was al ongemakkelijk genoeg, dus alles was relatief. We dreven het zaadje naar het eitje en lachten de kosmos weg. Misschien plantten we een boom, misschien plantten we een kauwgomboom. We sprongen tevergeefs in het water. Je wilde me dopen, ik wilde een nieuwe naam, om me los te maken van de geschiedenis die aan me trok. Maar niet hard genoeg om me terug te laten keren. Ik vertrok zelfs een dag later dan jij.
    Ik nam je kamer in me op, tot ik niet dieper kon geraken. Ik raakte al het speelgoed aan van je kinderen, dat zag je aan mijn onzorgvuldig terugplaatsen, maar dan had je beter het stof afgenomen voor mijn komst. Ik vond een foto van je zonder baard. Ik schrok en wandelde naar buiten met Kafka onder mijn arm. Ik wandelde 20 minuten op dezelfde weg en draaide me terug om naar je huis. Daar logeerden 3 Poolse vrouwen, die in 3 verschillende ruimten stonden en naar me lachten. Ik ken 1 woord in het Pools, 6 letters. Mijn eerste Sudoku die ik volledig invulde zonder bij de oplossingen te kijken was nummer 9. 9 was het getal waar ik als kind geobsedeerd door was. Het begon met 3 en 3x3= 9. 9 keer aanraken, 9 keer omkijken, 9 keer vergeten. Dat is met controle. Ik herinner me dat ik als kind ziek was. Ik lag in bed en ik dacht alsmaar aan de stiefvader van een vriendin. Ik masturbeerde me oneindig om dit gevoel te bevredigen en het te vergeten. Het had dezelfde grond als de controle die ik over de getallen probeerde te krijgen. Zoals Sudoku ons vertelt: cijfers staan alleen. En wat was er eerder: de mens of de wiskunde?

    Als we niet meer bij elkaar zijn, herhalen we de dingen die we deden. Ik vertel je niet over de furbies op mijn been die Chinees tegen me spraken. Ook niet over de lego poppetjes die ik tegen elkaar drukte of over de propeller die ik eindeloos ronddraaide. Omdat je het niet zou begrijpen. Zoals je ook niet begrijpt dat ik naakt voor mijn computer zit en mijn tanden laat zien, terwijl er iemand anders op de wereld meekijkt. Ik weet nieteens of ik het zelf wel begrijp. Dat is soms zo met keuzes maken, dat mensen verwachten dat je antwoorden geeft die weerlegbaar zijn. Maar wat is weerlegbaar genoeg om je te verantwoorden voor een zaak die zich afspeelt in de onweerlegbaarheid van het leven?

    Vertel me dat eens. Zonder stoten of omwegen.  Want beminnen kan ik niet meer, hoe graag ik het ook zou willen. Het is als emmers naar de zee dragen.

    Het meisje sprak in een taal die ik niet verstond. Ik antwoordde in een taal die zij wel verstond en in die taal zei ze me dat we mooi waren samen. Ik begreep de lachende gezichten die me vergaven omwille van het feit dat er een vrouw was aan de andere kant van de wereld die dit compliment zou moeten toebehoren. Zij nam in dat land op dat tijdstip de trap om dichter bij je te kunnen zijn. Zoals ik nu de lift neem om sneller bij je te zijn om met je te spreken en de kamer te zien waar jij en de vrouw leven. De liefde is meedogenloos als ze pril is, maar nog meedogenlozer als ze duurt. Want dan vergaan er schepen en is geen haven veilig. Zelfs niet de haven waarvoor ik spaar. Het is de thuishaven waar we naar smachten, onze gemeenschappelijke deler. En ik ben niet eens goed in wiskunde, maar nummer 9 is ingevuld, zonder misberekeningen en twijfels. Dat is de eerste stap naar complementatie. Als jij voortaan de lift naar beneden neemt en belooft dat de baard blijft, dan hoeven we niet te vluchten. Want als je alleen bent en we bouwen aan een haven, dan hoef je niet te vluchten.

     

    Als we samen misdaden begingen, is jou betrokkenheid niet te vergelijken met de mijne


    Je bent mijn leermeester. Ik heb net de asbak geleegd uit mijn raam. Het voelt goed om een periode af te sluiten met een handeling die je niet gewend bent. Zoals ik in mijn vorige appartement een man uitnodigde die me betaalde. Nadat hij klaarkwam op zichzelf -wat hij op mij wilde doen, maar ik niet toestond-, hoorde ik niets meer voor een paar uur. Een asbak legen uit je raam is onschuldiger dan doof worden door jezelf te geven in ruil voor geld.
    Sudoku 15 vulde ik in met iemand waardoor ik nu een schuldgevoel heb. Omdat verhoudingen me angst aanjagen ee in me laten doen verder gaan.
    Als ik de straat op kom stap ik over de as. Een vrouw met een glazen oog heeft een gesprek aan een tafel. Ik masturbeer me die avond met een koptelefoon op. De enige man op wie ik nog klaarkom is de man die me geld betaalde. Schaamte.
    k maak een serie van foto's waarbij ik opspring, terwijl de eerste ster valt. Ik ruik naar nattigheid en antwoord hem dat ik niet blij ben.
    Met tegenzin rook ik de ene sigaret na de ander, omdat ik beloofde er nog niet mee te stoppen. Mijn tenen zijn gekneusd van het springen en ik denk aan al die mensen die ik heb ontmoet en die kunnen verdwijnen. Ik wil me bezighouden met het opslaan van de mens. Ik moet mijn inschrijving nog bevestigen, anders telt het niet. Maar eerst rook ik mijn sigaret op. Mijn voorgevoel zegt me dat het niet lang meer gaat duren, want hij wilt dat ik vaker blij ben dan me lief is. Hij is ook alleen, inmiddels. Ook met het verbranden van schepen en nu slapen op een palet waarvan de helft blauw geverfd is. Ik sloeg de foto op die hij van het bed maakte. In mijn eigen appartement haalde ik het bed uit elkaar in de kamer van een huisgenoot. Toen ik het matras weghaalde zag ik zijn persoonlijke eigendommen. Dat wond me op, misschien kan ik me daar voortaan op masturberen. Ik ga door met springen tot de batterij knipperend aangeeft dat hij bijna leeg is. Misschien begon ik ook wel met springen toen hij al knipperde. De vrouw met het glazen oog knipperde niet.

    Sudoku 98, 99, 100 en 100 scheurde ik uit: 1 pagina. Level 10: Genie. Ik zal hem morgen op de post doen en je niets zeggen. De hemel is lichter als de wereld. Jij hebt een gesprek met de vrouw die van de andere kant van de wereld is teruggekomen. Jullie wonen  gescheiden en praten samen. Ik zit aan de andere kant van de wereld. Dat is zo met rollen die omwisselen. Soms ben je zwakker, soms ben je sterker, soms ben je een spelbreker. Die 3 opties zijn er, niet alleen bij Sudoku. Vanavond ben ik geen spelbreker voor mijn pakje tabak. Ik lees over wilde informatie stormen.

    Buiten zit een dakloze gebogen over een reeks van kranten. Ik loop 8 trappen naar beneden, laat mezelf naar buiten door de 2 toegangsdeuren van glas. Als ik voor hem sta, schrikt hij op. Ik wijs naar boven en zeg: 'Étoiles filantes'. We kijken samen naar de mist die boven Brussel hangt. We wachten op de Perseïden. Samen is minder alleen, want ik ben aan de andere kant van de wereld en iedereen kan verdwijnen, incluis ikzelf. Je antwoordt me niet meer. Je wist toch nooit echt iets van enkelvoud en meervoud.

    Ik blaas de rook uit over Brussel. Hard tegen hard. De hemel vertoont licht, ik vertoon vermoeidheid. Ik zie hoe een fietser met een helm en een fluoriserend jasje wordt ingehaald door een bus vol Chinezen. Mijn glasplaat ligt gewikkeld in mijn dekbed, als ware het een mummie. De koffie is zo bitter als het bericht wat ik vannacht kreeg. Maar ook te verwachten, want ik liet hem te lang op het vuur staan.

    'We gaan lachen op de kermis', zei ze. En we hebben alles om het te maken, dus waarom niet? In de inktvis voor vergeten. Een ander antwoordde me dat de mooiste bloemen in de meest barre leefomgevingen groeiden. Je had zoveel verhalen over familieleden die uit ramen sprongen terwijl andere familieleden toekeken via spiegels. En ik begreep meer en meer de oorsprong van de films uit de Scandinavische landen. Misschien wilde ik daarom wel een gezin met je stichten. Ik ontleed liever dan dat ik iets tot me neem. 

    We hebben geen contact meer, dan is het moeilijk nog iets te ontleden. Want wat valt er te ontleden als er geen grond is? Dus ik eet, want dat is de beweging van buiten naar binnen. Ik eet me misselijk, en rook totdat ik elke ochtend de smaak in mijn mond heb die ik ruik bij mensen met een abnormale rookverslaving. En als ik mijn moeder zeg dat ik rook, zegt ze dat de geneeskunde heeft bewezen dat je daar van sterft. En als ik zeg dat zij ook rookte, zegt zij dat ze is gestopt, en ik geef haar van repliek dat ik ook zal stoppen, want ik wil ouder worden dan de oudste mens. Sterker nog: ik wil de mensheid overleven. Ik ben dan wel menselijker dan wie dan ook: ik heb een wil. En waar een wil is, is een weg. Een weg naar de wetten. Die weg heb ik genomen. Tot hier en niet verder, dus ik stap uit. Ditmaal geen 14 uur onderweg , ik blijf in België. Postcode 9999. Misschien duurde het 1 uur en 4 minuten. Cijfers staan nog altijd alleen. Mijn Sudoku boekje is nat geworden en heeft de vorm van een golfplaat. De zonnenbloemen kijken naar hun wortels, er is geen zon om te volgen. De roofvogels hebben plaatsgemaakt voor duiven, die gekscherend over het land bewegen. Ze lijken zelf ook aan te voelen dat het niet klopt.

    Ik wil niet dat het verandert. Geloof me nu maar en kom terug. Want jullie zijn de jagers die ik bewonder en waarvoor ik mijn menselijkheid zou inruilen. De binnenkant van mijn wang ligt open, alsware jij het die me wilde voeden. Het verschil tussen voeden en gevoed worden is blijkbaar klein.

    In mijn droom plukten we bramen. Ik herinner het me als ik de struiken zie langs het spoor. Ik wil ze plukken, wassen, koken en op een boterham smeren met een houten pollepel. Dat klinkt Deens, niet? In feite doen we dat ook in Nederland. We hadden plekjes waar we moesten geraken zonder dat andere mensen ons zagen, want dat is zo in het bramenplukmilieu. Je wilt niet dat andere mensen jou plek ontdekken. Niemand zal ooit tegen je zeggen: 'Weet je waar je naar toe moet gaan voor de sappigste bramen voor wel 20 potten confiture?'. Nee. Dat bestaat niet. Zoals rechtvaardigheid ook niet bestaat. Want de mens is slecht van zijner jeugd aan. Als je klein bent kun je je niet voorstellen wat het is om groot te zijn. Dus houd ik me laag bij de grond. Zo zal ik nooit vliegen. Toch noemde je me vogel met kleine voeten. Zo lang kenden we elkaar dan ook weer niet. 5 avonden en 5 ochtenden. Dat maakt 10 dagen. In ons laatste gesprek zag je een vallende ster en sprak je je wens uit. Dat is dus een doemscenario.


    Ik moet eerlijk zijn,

    maandag heb ik bij je ingebroken,

    op klaarlichte dag.

    Het moment waarop het blauw van de hemel bijna wit is.

    Ik droogde je borden en bestek af.

    Toen ik me op je terras zette viel het tegen.

    Misschien was de oorzaak de schuld en het gevolg de boete.

    Er vloog een zwaluw tegen het raam.

    Ze schoof met een geknakte vleugel de goot in.

    Haar ogen stonden wijd geopend.

    We hoorden haar jongen piepen achter de muur,

    op enkele meters afstand van ons.

    Ik wilde ingrijpen, maar je kunt de natuur niet forceren.

    Er gelden andere wetten in het dierenrijk dan in het mensdom.

    De zwaluw vloog weg.

    Ik kreeg een bericht of ik wilde neuken,

    ik had geen zin.

    'Horizondig', zei hij me

    en ik keek naar het verdriet aan de hemel.

    Er wakkerde een geluid aan.

    Ik vond je sigaretten, nog 3.

    Ik rookte er 1,

    masturbeerde me op je lakens,

    veegde het vocht af met je handdoek

    en tufte in het opblaas zwembad. 

    Alles deed ik om mezelf te bevredigen.

    Buiten vlogen de zwaluwen hun vlucht,

    zonder daarin te falen.

    Dat was denk ik het enige wat me die dag gunstig stemde.

    Ik zoek naar een concrete massa,

    naar iets wat ik kan vasthouden.

    De zwaluwen veranderen in vleermuizen.

    Er drijft wit schuim op de thee,

    zoals het schuim wat een golf aanspoelt.

    Mijn duim slaapt, vervolgens mijn wijsvinger,

    tot aan mijn pink.

    Misschien was het schuim gif,

    verlam ik langzaam tot mijn hart niet meer klopt.

     

    Mensen komen van binnen naar buiten.

    Een beweging die me pas opvalt wanneer het donker is.

    Er wordt een dekbed opgeklopt

    en ik overweeg de man te antwoorden.

    Een dier voelt geen liefde, enkel instinct.

    Dat bewonder ik.

     

    's Nachts woel ik je lakens tot kreukels.

    Ik hang in touwen.

    Ik rook een sigaret door de kier van de lamellen.

    Buiten hangt de geur van regen op steen.

    Petrichor.

    En zo dwaal ik door je huis,

    als een pionier.

    Op zoek naar momenten die wij niet beleefden,

    maar daarom niet minder waard zijn.

    Ik hang niet op de muur in je slaapkamer,

    wel op de muur die uitkijkt op de bussen.

    Deze sluit ik af van de slaapkamer door de wc deur te openen.

    Zo zijn de twee ruimten gescheiden

    en droom ik verder,

    van kruistochten, vluchtkampen en

    uiteindelijk de heuvels waarachter ik

    soldaten verwacht.

    Zij die me blindelings volgen met blikken die alles zien.

    Vooral mij.

    Spijtig genoeg heb ik geen vlag vast.

    En als ik er 1 zou kiezen, zou ik niet weten van welk land.

     

    Ik houd van de vlakte,

    van de lucht die meer ruimte in beslag neemt dan het land.

    Van Cumulus wolken in het zuiden

    en het wad in het noorden.

    Dan kan ik je zeggen welke vogels er zijn.

    Van de Wulp en de Grutto,

    de Kieviet en de Kokmeeuw.

     

    In je slaapkamer hangt een afbeelding van een molen.

    Zo corrigeer je het feit dat we samen nooit in mijn thuisland waren.

    We bleven in de haven waar mensen

    verdronken in het water.

    Of in bed, waar ik iemand redde van de dood.

    met schuim om de mond, als van een paard

    en een sigaret in asvorm.

     

    Die keer dat je me hier binnenliet

    en we wodka dronken en ik sprak over de toendra

    en je in huilen uitbarstte.

    Er zijn situaties waar je achteraf om kunt lachen.

     

    Er is een nieuwe dag aangebroken.

    Nu ik er toch ben bekijk ik de treinkaartjes die verspreid liggen over je bureau.

    Ik bedenk me hoe je vanuit het raam kijkt naar formaties van windmolens die andere ritmes aangeven.


    Van duiven die achterblijven, een afbraak aan eenheid van handeling.

    Van water wat bewogen wordt door boten, die lijnen trekken

    en misschien ontdek je een ooievaar,

    of een vreemde eend in de bijt.

     

    Ik ruik aan het papier met de verschillende bestemmingen,

    want je hebt niet altijd naar buiten gekeken,  

    een kruiswoordpuzzel of Sudoku gespeeld.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     


Built with Berta