Built with Berta

  1. Dat je nooit ongecensureerd ​leeft, omdat ​een mens maar zelden het achterste van ​zijn​ tong laat zien​. D​at confirmatie wordt gepredikt 
    ​'​thats a bit too far before turning around'​. Dat ze spreken over dat er licht is aan het eind van de tunnel en dat opsommingen makkelijk zijn, om dat.

    In de tussentijd lieg ik mijn leven aan elkaar in andere steden​ ​aan onbekenden​,​ en heeft niks met het ego te maken en alles met onzekerheid. Ik tel mijn dagen aan de hand van de sigaretten die ik niet rook. Alles is een beetje omgekeerde wereld en terug naar videogames. Er is geen televisie en elke ochtend zeg ik 'come on monkey', dan pas begint de dag. Ik herinner me de tent waar ik voor wakker werd in de regen, en dat ik me afvraag of iemand me heeft zien slapen​. Een reeks betekent dat de dingen zich afspelen na elkaar. Mijn gebed van de ​namen van ​personages uit boeken, aan wie God mijn dank moest betuigen​. Op den duur viel ik fronsend in slaap, omdat i​k was vastgelopen op een vergeten naam en als de volgorde weg was, wist ik niets meer. Daar zijn mijn rimpels begonnen. Zolang je de intensiteit niet schuwt​,​ zijn er kano's om slalommend het water mee te trotseren.

    Holly kakt en terwijl haar baasje zich bukt met haar hand in plastiek komt Holly ​haar gat aan​ mijn been​ ​afvegen. Tegelijkertijd gooit een vader​ één voor één​ zijn benen in de lucht, aangemoedigd door zijn glimlachende vrouw​ en ​raakt het kirrende kind achter zich. Een Indiase vrouw vraagt aan haar in paars gehulde Chiwawa, in paars gehuld, 'are you happy?' en​ een​ man achter een rollator komt mijn richting uit. Ik probeer geen aandacht aan hem te besteden​,​ want als het traag gaat​ en​ alles verraadt dat je het moeilijk hebt, dan is het laatste wat je wilt dat mensen je zien​.​ Hij draagt blauwe pantoffels. Zoiets maakt me dus echt gek, ​ik begin te huilen, ​daar kan ​ik dus niet aan doen.​ Hypersensitiviteit, het is iets van de laatste tijd, denk ik.

    ​​​De ouders hier die applaudisseren​ bij de gratie van het bestaan van​ ​hun ​kind​. Waarom verpesten mensen die luid hun plezier verkondigen toch altijd mijn gemoed? Omdat dit hun thuis is en ik niet eens weet van welke richting de auto's komen. Daarom. Het vastleggen van momenten lukt me niet. Het lukt me gewoon niet. Het maakt me gefrustreerd en het enige wat gebeurt is dat ik begin te ​'biologeren'​, denken aan vroeger en​ aan​ fietsen over van die typische bruggetjes met iemand achterop de fiets en de spanning of je bovenaan geraakt zonder dat er iemand moet afstappen.​ Fietsen, j​ust for the fun of it. En teveel koffiebonen kopen en roken zonder de smaak te appreciëren en nog geen overzicht te hebben en niemand die dat verwacht. Het geheel wordt steeds iets duidelijker en beangstigender en als we enkel zouden kunnen sterven in woorden, dan zou taal een motief krijgen, meer dan enkel een betekenis.

    De derde sigaret in de asbak ​i​s mijn eerste en de mensen zwemmen voorbij in de gang van een aquarium en ik vr​aa​g me af als iemand naar het toilet moet​,​ waar dat k​a​n​, want er is hier niets, buiten het aquarium en de​ aanraking met de​ handen van de zwerver​​ ​wanneer ik hem een sigaret aanst​ee​k​, hij drinkt thee met een trektijd van 2-3 minuten en als ik hem zie weglopen, dan ontroert me dat, dat hij zich daar vast niets van aantrekt, en wie wel eigenlijk? En hoe langer ik wacht, hoe meer het beeld vervaag​t​ van de persoon waarvoor ik ​​hier kwam.

     

  2. En altijd de beweging van binnen naar buiten en altijd het boek onder haar arm,
    waar ze in las zonder ezelsoren te maken, want dat ging niet gepaard met de kleur van haar ziel.
    Wikkend en wegend als bij de naam die nog altijd niet samenging met haar zijn.
    Sprekend over ditjes en peinzend over datjes en sluimerend eenzaam, maar de mensen op de trein vergaven haar dat evengoed als de mensen die haar nooit volledig begrepen. Haar perceptie had dezelfde kleur als haar initialen en of dat enkelvoud of meervoud was had ze niet durven vragen. Op school droeg ze een vlecht die haar moeder in de ochtend in haar lichaam kerfde, dat gevoel liep tot aan haar tenen. Als ze moe was draaide haar zicht mee met de beweging van de aarde en als ze haar neus snoot na een glas rode wijn, proefde ze de smaak van pure alcohol.
    Niemand verbood haar mannen te ontvangen en iedereen vroeg zich af of ze niet eenzaam was.
    Het antwoord lag in de woorden waarmee ze zich ontsloot van de dagen die nachten werden en terug dagen, waarbij enkel de maan een oogje in 't zeil hield, want de maan is al de tijden in één en dat had ze nooit bij mensen gezien.  

  3. Waar ze echt goed in was wist niemand, want de dagen droegen haar in stilte. De verdieping lag verstopt, onder stenen die gebruikt werden om mee te ketsen. En zo bestond haar aanwezigheid bij de hoeveelheid sprongen over het wateroppervlak. Er bestonden geen spelregels voor hetgeen de mannen deden aan de rand van het water en zo zat ze het eerste jaar op de plek waar het getij te zien was. Het stijgen van de rivier was de tijd die haar dwong te stoppen met jagen. Met jagen was het nooit duidelijk wie de prooi was. Een eeuwig rollenspel, dat niet enkel het dierenrijk tekende, zoals zij niet enkel de stad kleurde. Er kwamen voetgangers die zich verstopten tussen de bomen naast haar. Soms keek ze om, soms staarde ze verder, afhankelijk of de verdieping gevuld was of leeg. Ze at enkel komkommer en baarde zich geen zorgen, want alles buiten haar territorium was onbekend terrein. Hier dacht ze de stad te begrijpen. Ze trok aan niets en niets trok aan haar, ze had de tijd om aan te meren. Er was geen stijger, daar had ze niet om gevraagd. Wel een oever aan de overkant, en een instrument aan haar mond. Als ze door de opening ademde maakte het geluid. Ze sliep met haar handen in de oren om het geruis van haar bloed dichter bij te hebben. Alles was gereduceerd tot een lichtblauwe waas, maar dat kon ze pas achteraf vertellen. De haan van de buren liet zich horen rond het middaguur. Het dier klonk gegijzeld en daardoor voelde zij zich vrij. 

    Als je ze naast elkaar zet zie je het verschil pas echt, maar dat is met alles zo. Vergelijkingen kennen hun oorsprong in de wiskunde en hun veralgemening in de taal.

  4. Het is de beweging van buiten naar binnen. Van de draad verloren zijn sinds ik mijn sokken zelf stop. Het gebrek aan discipline om mijn leven in te vullen zoals zij dat voor mij deden.

    In het bed, met de rug tegen de muur van de logeerkamer, de tv op de commode en de zomerzon door de half openstaande balkondeuren. De jeugd waarbij iedermoment aan geuren gelinkt kan worden. Nu word ik wakker met mijn arm om de kruik geslagen; warm door mijn lichaam. Ik lik de honing van mijn dekbed; zo word ik de zwerver van mijn eigen onkunde. De discipline, mama, de kracht en mezelf te laten relativeren zonder dat uit te spreken, papa.

    Mijn moeder heeft altijd begrepen dat de dagen na de winterzonnewende gaan lengen, maar in de krant leest ze het tegenovergestelde. 
    Mama, de dagen zijn inderdaad weer aan het lengen, maar in het begin gaat dat heel langzaam. Sterker nog, in de ochtend verliezen we nog een klein beetje tijd (seconden). In de namiddag winnen we echter meer seconden en dus is de totale balans dat de daglichtperiode weer iets langer wordt. Het later opkomen de van de zon houdt nog een paar dagen aan. Het later ondergaan is ook al enige tijd bezig. Op 13 december ging de zon om 16.27 uur onder, vandaag alweer om 16.35 uur. Vanaf 5 januari begint het ook beetje bij beetje vroeger licht te worden.

    Dat is met licht en donker, zoals bij het natekenen van appels, in zwart/wit. Mijn moeder vindt dat heel moelijk, ze ziet het licht, donker en de schaduwen niet. In kleur mag ze het niet doen, want dan wordt het volgens de docente een kleurplaatje. Het gaat om het volume en de tinten. Volgende week gaan ze ook anders fruit tekenen, zoals bananen.

    Mijn moeder zegt dat als ze dood gaat wilt dat ik weet hoe het echt was. Geen toneelspel. 

     

  5. Zelfs wanneer ze haar serviet vouwt tot een propje doet ze dit met elegantie. Haar duim tegen haar slaap. wiegend met haar hoofd van links naar rechts. De arm van de hand van de sigaret tussen de middel en wijsvinger onder haar ellenboog. De kleur van haar kapsel dat als een volume op haar hoofd rust en niet lijkt te wegen. Als ik dit zie is alles eigenlijk goed zoals het is, hier in de tuin van de aristocratie, waar blauw bloed stroomt door nerven die ooit leeg waren. Over de coherentie spreekt ze tegen haar vriendin, die met haar handen gevouwen in de schoot een constante glimlach op haar gezicht vouwt en instemmend knikt bij alles wat er wordt gezegd. Hoe ze haar woorden kracht bij zet door kleine bewegingen te maken met haar handen. Als ik niet beter had geweten was ik hier gebleven, aan de tafel van marmer, waar mijn nerven op aansluiten zonder op of voorbehoud. Enkel een ritme voeren. Met naast ons een volgend marmer, gereserveerd in het Duits, met daarnaast de bourgeoisie die trekt aan Lord Extra, terwijl wij het papier deppen met onze kledingstukken om doorlopende woorden af te sluiten van absorberende vloeistof.

    Het zijn de klokken die de tijd aanduiden. De beweging die daar op volgt kan niets ander zijn dan één van 'ja, ja', en het onbehulpzaam wegstrijken van haren die toch niet voor de ogen hingen. Want is dat niet de beweging die we ons voortdurend voorhouden, die tussen taal en patronen in? Het ritme wat we onszelf ooit aanleerden, tussen het gezelschapsspel en de vervlakking in? En dan komt er een dag waarop je je buik vasthoudt en je met een kritische blik op je horloge kijkt en je gesprekspartner niet langer een vrouw is, maar een vriend die je zoon had kunnen zijn, maar die je niet meer ziet omwille van omstandigheden waar je niet tegen opgewassen was. In de ruimte onder je ogen hangt leed wat iemand je ooit aanduidde met een balpen, als een dirigent van de grote en de kleine dingen.

    Zelfs als je snurkt zijn we gelijk in ademhaling, wat we niet per sé weten, maar waar we beiden vrij zeker van zijn. En dat maakt alles dan weer onderhevig aan louter toeval, vinger nat en in de wind, van oost naar west, maar ook daartussenin, want elke ruimte heeft iets ertussen in, een beetje zoals met de wind en open armen. En net als ik denk dat ik het allemaal voor elkaar heb kom jij nog een mooier landschap tekenen. Uit het oog is niet uit het hart, dat is onderdeel van de reeks gebeurtenissen die ons voller maken en laten doen streven naar coherentie, wat ons toch nooit zal lukken. Elke brokstuk is een steengebergte en steengebergten hebben geen verdriet. Niet praten, niet over banale feiten die terugslaan op een venijnige jaloezie. Ik neuk in meervoud en de herhaling laat me alleszins/ enigszins koud. Vroeg of laat is alles verwaarloosbaar. Het onbeduidende object blijkt de maan te zijn. Wie had dat ooit kunnen denken, mr. je ne sais quoi.

    Ik blijf maar tafels aanschuiven om de uitkomst van een som te berekenen, maar het enige wat ik weet van Einstein is dat hij een groot voorhoofd had en dan nog iets van de Relativiteitstheorie die ik nooit heb begrepen. Als vervolgens het schaamrood op mijn wangen staat verlies ik de volledige zekerheid over mijn kennis, die me koud laat, maar niet in het bijzijn van anderen. Want ik conformeer me dan niet graag, aan sommige oordelen ontkom je niet, hoe eerlijk je dan ook mag zijn. Dat getekende landschap is een tuin, daar ben ik zeker van. Alhoewel mijn voorkeur uitgaat naar iets minder voor de hand liggend, of iets meer romantisch, als een Caspar David Friedrich, zo dat sublieme, uit de grond getrokken kluwen aarde en vegen die de zee symboliseren. Nee, daar geloof ik niet in. Ik geloof in jou ademhaling en dat klinkt pathetisch en als met rollende ogen tot vervelends aan toe bevestiging toekennen in elkaars bestaan, wat evenwijdig staat aan de hartslag van de pathetiek en onroerend goed, zonder t maar misschien een stam + t, wat betekent dat het uitvoerbaar is en we hier iets van kunnen maken, wat verder gaat dan het sparen van miljoenen zaadellen tegen volgende week.

  6. De mannen op de trein willen ook altijd links van het gangpad zitten om reikhalzend te kijken naar de wolken waaronder de prostituees de dagen aan elkaar naaien.

    Vanwege de natte straat schuurt de fietser verticaal meters over het asfalt.

    Autobestuurders verwijten fietsers verwijten voetgangers verwijten de fietser die de goden bedankt dat hij nog leeft.

    Ik verwijt jou dat je me nu enkel berichten stuurt waarbij je een weersomstandigheid mededeelt, waar ik gelukkig elke dag op kan reageren, want we zijn zoveel wolken van elkaar verwijdert dat er altijd wel een verschil is.  Daar bedank ik de weergoden voor. Alsof ze rekening houden met de zin van ons contact, die is afgenomen sinds donderdag op vrijdag. Ik was niet goedgeluimd. Geen van ons twee ziet de reden in van dit excuus, dus houden we de afstand voor die van kilometers. Jij in de nabijheid van je vriendin, ik in de nabijheid van mijn kut. Het leven wordt er gelukkiger elke dag iets mooier op. Ik verzin redenen om te blijven waar ik ben, of dat nu onderweg is of met enige vertraging.
    Geen excuses voor dit ongemak, wel veel zones met dode hoeken en als er een seinstoring is kan ik grijpen naar mijn binnenste. Voor alles is een eerste en een laatste keer, weet je. 

     


  7. Een kenmerk van nimfen is dat ze min of meer op de imago lijken als ze uit het ei kruipen en ze per vervelling geleidelijk aan meer specifieke kenmerken krijgen. Ik sliep tot de zon me uit de tent brandde en jij al uren daarvoor had ontbeten met je kinderen. Lag je aan het zwembad, toen ik in de schaduw van het huis onderweg was naar de koffie? Of liep jij in de schaduw van het huis, onderweg naar koffie, toen ik aan het zwembad lag? Zonder mensen geen Goden. Dat ondervonden we uren later toen de zon over haar hoogste punt was en we naast elkaar tussen uitgestrekte velden fietsten. Voorop de fiets je zoontje, zoals ik vroeger zat met een propeller op het stuur, alsof ik de richting bepaalde. Nu waren er 4 zwarte vierkanten die constant naar rechts keken, naar dit blonde wezen wat vederlicht de pedalen bediende. We volgden de eendimensionale structuur die bestond uit een aaneenschakeling van punten. Een denkbeeldige verbinding tussen het een en het ander, die wij waren. Ik keek terug naar de groeven die jou gezicht markeerden, waar ik me tussen wilde plooien, zonder scheiding tussen ons als eenheden. 

     

  8.  

     

  9.  

     



  10.  

     

     

     

     

     

     

  11.