Myrthe van der Mark

  1. Ah cried the woman to her lover leaning from her window in Venice. Ah, Ah, she cried, and again she cries Ah. She has provided us with a cry. But only a cry. And what is a cry?



  2. OMDAT JE ALLES MOET ZIEN IN ZIJN CONTEXT EN OMDAT IK DIE UITSPRAAK NOOIT HEB BEGREPEN

     

    Mimi in verschillende contexten

    * Mijn mimi is kapot, ik kan niet meer scrollen. (Een manier om de computer te besturen.)
    * Dat is me toch een grijze mimi. (Een onopvallend persoon.)
    * De mimi die ik had gekocht is gisteren overleden. (Een grijs knaagdier.)

    Nog mimi in verschillende contexten

    * Die jongeman miste een mimi op zijn jasje. (Een verbindingsmiddel bij een kledingstuk.)
    * Die plant begint een mooie mimi te krijgen. (Een verdikte plaats aan de stengel.)
    * Die boot is heel langzaam, hij vaart met maar één mimi per uur. (Een snelheidseenheid gebruikt op de zeevaart.)

    Hoe meer mimi hoe meer context hoe meer verschil

     

    WANT VERSCHIL MOET ER ZIJN 






  3. Hier kan ik niet naar het toilet, want we staan stil. Hoe duidelijk het wordt dat er altijd mensen zijn met een perfect georganiseerd leven en dat dit pas duidelijk wordt tijdens het stil staan. Vanwege een persoonsongeval. Het bamboe links van me doet vermoeden dat het overal kan zijn, deze plek, en die gedachte doet deugd. Het idee van overal en nergens en de kalme rust die me dit schenkt.
    Er is altijd een man die in zo'n situatie constant met geladen passen naar voren wandelt om te informeren hoe het er voor staat. Een bruine aktetas, schoenen die klakken en een dikke buik die aan één wordt gehouden door een grijze jeans die tegelijk los en strak zit op verkeerde plekken. Als hij voor de zesde keer wordt gebeld,  spreekt hij op een toon waaruit blijkt dat hij echt geen tijd heeft voor dit soort zaken maar 'begrip heeft voor de situatie', in die zin dat 'hij er ook niets aan kan doen.' Zijn ogen alert als van een roofvogel. Wanneer er voor de tweede maal geen bericht volgt na het geluid waarop een berichtgeving wordt aangekondigd, schieten zijn pupillen van links naar rechts en vernauwd zijn mond tot een serieuze streep. Het slachtoffer wordt weggebracht met een ambulance en ik heb zo langzaamaan het gevoel dat ik mezelf niet meer kan dragen. Daar zit ik dan, terwijl door het verduisterende gaas op straat politie agenten met hun handen de wind tegenhouden om het vuur zijn werk te laten doen. Het kind blijft maar vragen of ze nu naar huis moeten wandelen en haar ouders blijven maar 'mo gow zeg' antwoorden. De man met het gele vestje met depannage loopt voor de tweede keer voorbij, ik heb een déjà vu, of er zijn meer mannen met gele vestjes. Hij vraagt of we het bericht hebben gehoord, en dan zie ik hem rechts van me langs het spoor wandelen, terug waar naar hij vandaan komt. Ik vraag me af waar de aangereden persoon nu is, of hoe die is en dat ik er niet over wil na denken maar of het een vrouw is van 28 en of er in haar horoscoop stond: 'blij word je er niet van, maar verzet heeft geen zin. Buig mee als riet in de wind.' De bamboe wappert als vele vlaggetjes, wind mee, stroom tegen. Uitwaaien, had ik beter ook gedaan, zoals de bomen of langs de bomen of door de bomen, want die herken ik altijd aan hun beweging. En uiteindelijk komt alles weer neer op vorm, want beweging genereert vorm en een aanrijding met een persoon onbegrip, ook voor de mannen die kozen voor het beroep als eerste aanwezig te zijn bij dit soort ongevallen, de mannen van de depannage, met de gele hesjes. 'Ik heb een spion vermoord', is de ondertitel van de serie die een meisje kijkt. Het enige wat ik haar twee keer aan de telefoon heb horen zeggen is: "(...) dus ik kan u niet helpen". De man naast me is inmiddels in slaap gevallen. Ik ben de enige die huilt. Die vorm waarover ik sprak, die verandert altijd met alles wat extern interne gevolgen heeft. Zoals je zei dat reizen voor jou een te makkelijke manier is om met jezelf geconfronteerd te worden en dat ik me dan altijd afvraag of mensen weten waar ze bang voor zijn of dat ze constructies maken van hetgeen ze zichzelf voornemen. Een beetje als verlanglijstjes maar dan met terugwerkende kracht. In de tussentijd mis ik mijn ouders, dag en nacht. En hoe de conducteur ook heeft moeten leren deze berichten te melden en hoe iedereen omgaat met verandering, ook de man met de pet en de Border Collie, die me altijd doet denken aan kolibrie, puur taalgewijs. Het is niet voor niets dat een herdershond komt waken en dat ik hier zit, allemaal proeven, en altijd doorstaan en soms iemand anders die springt, maar nooit jij want zolang de aarde draait en je het nog altijd niet gevoeld hebt, is er vorm die beweging genereert en soms is dat voldoende. We kruipen vooruit, een magere man met ontbloot bovenlijf staat met armen over elkaar en een vertrokken gezicht toe te kijken. "Zoals je kunt zien zijn we vertrokken", roept de conducteur om, en ik denk aan de gevolgen van de actie en de mensen die misschien nog onwetend hun boterham smeren met smeuïge pindakaas en dat het soms allemaal zo ongelooflijk hard is.














  4. Als ik een kleur kies, kies ik blauw. Dat viel mijn moeder gister ook op. Toen ik met haar in bed lag waren we zo innig verstrengeld dat ik dacht dat ik opnieuw geboren zou worden. Oefening baart kunst en kunst baart zorgen. En de vrijheid om 14 uur in een trein te wachten op het eindstation met vragen die enkel soms een oplossing bieden. Want wachten is pas wachten als je beslist om te wachten. En iedereen wacht weleens, al is het om de verveling op te zoeken. Uit verveling groeit de mooiste boom. De boom die kauwgom wordt als je het doorslikt, na een taaie rit van kauwen en smaak verliezen. Een beetje zoals bij relaties. Bomen staan enkel alleen als ze geplant zijn door mensen. En dat is nu net hetgeen wat niemand wilt, maar waar iedereen mee instemt. Zoals alles in het leven.
      Ik steek de volgende sigaret op en kijk naar het vel paardenstickers. De stickers staan los van elkaar, er mist er één. Ik teken mijzelf er in. Als ik een dier was, was ik een roofvogel. Zij houden zich enkel bezig met jagen.
      Altijd als ik droom dat ik vlieg is er een moment dat ik val. Dan tintelt mijn buik zo onbedaarlijk dat ik wakker word.
      Toen ik na 14 uur aankwam sprong je van de ene trampoline op de andere. De val was zo menselijk dat het ongemakkelijk had kunnen zijn. Maar mijn komst was al ongemakkelijk genoeg, dus alles was relatief. We dreven het zaadje naar het eitje en lachten de kosmos weg. Misschien plantten we een boom, misschien plantten we een kauwgomboom. We sprongen tevergeefs in het water. Je wilde me dopen, ik wilde een nieuwe naam, om me los te maken van de geschiedenis die aan me trok. Maar niet hard genoeg om me terug te laten keren. Ik vertrok zelfs een dag later dan jij.

    Ik nam je kamer in me op, tot ik niet dieper kon geraken. Ik raakte al het speelgoed aan van je kinderen, dat zag je aan mijn onzorgvuldig terugplaatsen, maar dan had je beter het stof afgenomen voor mijn komst. Ik vond een foto van je zonder baard. Ik schrok en wandelde naar buiten met Kafka onder mijn arm. Ik wandelde 20 minuten op dezelfde weg en draaide me terug om naar je huis. Daar logeerden 3 Poolse vrouwen, die in 3 verschillende ruimten stonden en naar me lachten. Ik ken 1 woord in het Pools, 6 letters. Mijn eerste Sudoku die ik volledig invulde zonder bij de oplossingen te kijken was nummer 9. 9 was het getal waar ik als kind geobsedeerd door was. Het begon met 3 en 3x3= 9. 9 keer aanraken, 9 keer omkijken, 9 keer vergeten. Dat is met controle. Ik herinner me dat ik als kind ziek was. Ik lag in bed en ik dacht alsmaar aan de stiefvader van een vriendin. Ik masturbeerde me oneindig om dit gevoel te bevredigen en het te vergeten. Het had dezelfde grond als de controle die ik over de getallen probeerde te krijgen. Zoals Sudoku ons vertelt: cijfers staan alleen. En wat was er eerder: de mens of de wiskunde?

    Als we niet meer bij elkaar zijn, herhalen we de dingen die we deden. Ik vertel je niet over de furbies op mijn been die Chinees tegen me spraken. Ook niet over de lego poppetjes die ik tegen elkaar drukte of over de propeller die ik eindeloos ronddraaide. Omdat je het niet zou begrijpen. Zoals je ook niet begrijpt dat ik naakt voor mijn computer zit en mijn tanden laat zien, terwijl er iemand anders op de wereld meekijkt. Ik weet nieteens of ik het zelf wel begrijp. Dat is soms zo met keuzes maken, dat mensen verwachten dat je antwoorden geeft die weerlegbaar zijn. Maar wat is weerlegbaar genoeg om je te verantwoorden voor een zaak die zich afspeelt in de onweerlegbaarheid van het leven?

    Vertel me dat eens. Zonder stoten of omwegen.  Want beminnen kan ik niet meer, hoe graag ik het ook zou willen. Het is als emmers naar de zee dragen.

    Het meisje sprak in een taal die ik niet verstond. Ik antwoordde in een taal die zij wel verstond en in die taal zei ze me dat we mooi waren samen. Ik begreep de lachende gezichten die me vergaven omwille van het feit dat er een vrouw was aan de andere kant van de wereld die dit compliment zou moeten toebehoren. Zij nam in dat land op dat tijdstip de trap om dichter bij je te kunnen zijn. Zoals ik nu de lift neem om sneller bij je te zijn om met je te spreken en de kamer te zien waar jij en de vrouw leven. De liefde is meedogenloos als ze pril is, maar nog meedogenlozer als ze duurt. Want dan vergaan er schepen en is geen haven veilig. Zelfs niet de haven waarvoor ik spaar. Het is de thuishaven waar we naar smachten, onze gemeenschappelijke deler. En ik ben niet eens goed in wiskunde, maar nummer 9 is ingevuld, zonder misberekeningen en twijfels. Dat is de eerste stap naar complementatie. Als jij voortaan de lift naar beneden neemt en belooft dat de baard blijft, dan hoeven we niet te vluchten. Want als je alleen bent en we bouwen aan een haven, dan hoef je niet te vluchten.

    Als we samen misdaden begingen, is jou betrokkenheid niet te vergelijken met de mijne

    Je bent mijn leermeester. Ik heb net de asbak geleegd uit mijn raam. Het voelt goed om een periode af te sluiten met een handeling die je niet gewend bent. Zoals ik in mijn vorige appartement een man uitnodigde die me betaalde. Nadat hij klaarkwam op zichzelf -wat hij op mij wilde doen, maar ik niet toestond-, hoorde ik niets meer voor een paar uur. Een asbak legen uit je raam is onschuldiger dan doof worden door jezelf te geven in ruil voor geld.
      Sudoku 15 vulde ik in met iemand waardoor ik nu een schuldgevoel heb. Omdat verhoudingen me angst aanjagen en me laten doen verder gaan. Als ik de straat op kom stap ik over de as. Een vrouw met een glazen oog heeft een gesprek aan een tafel. Ik masturbeer me die avond met een koptelefoon op. De enige man op wie ik nog klaarkom is de man die me geld betaalde. Schaamte. Ik maak een serie van foto's waarbij ik opspring, terwijl de eerste ster valt. Ik ruik naar nattigheid en antwoord hem dat ik niet blij ben. Met tegenzin rook ik de ene sigaret na de ander, omdat ik beloofde er nog niet mee te stoppen. Mijn tenen zijn gekneusd van het springen en ik denk aan al die mensen die ik heb ontmoet en die kunnen verdwijnen. Ik wil me bezighouden met het opslaan van de mens. Ik moet mijn inschrijving nog bevestigen, anders telt het niet. Maar eerst rook ik mijn sigaret op. Mijn voorgevoel zegt me dat het niet lang meer gaat duren, want hij wilt dat ik vaker blij ben dan me lief is. Hij is ook alleen, inmiddels. Ook met het verbranden van schepen en nu slapen op een palet waarvan de helft blauw geverfd is. Ik sloeg de foto op die hij van het bed maakte. In mijn eigen appartement haalde ik het bed uit elkaar in de kamer van een huisgenoot. Toen ik het matras weghaalde zag ik zijn persoonlijke eigendommen. Dat wond me op, misschien kan ik me daar voortaan op masturberen. Ik ga door met springen tot de batterij knipperend aangeeft dat hij bijna leeg is. Misschien begon ik ook wel met springen toen hij al knipperde. De vrouw met het glazen oog knipperde niet.
      Sudoku 98, 99, 100 en 100 scheurde ik uit: 1 pagina. Level 10: Genie. Ik zal hem morgen op de post doen en je niets zeggen. De hemel is lichter als de wereld. Jij hebt een gesprek met de vrouw die van de andere kant van de wereld is teruggekomen. Jullie wonen  gescheiden en praten samen. Ik zit aan de andere kant van de wereld. Dat is zo met rollen die omwisselen. Soms ben je zwakker, soms ben je sterker, soms ben je een spelbreker. Die 3 opties zijn er, niet alleen bij Sudoku. Vanavond ben ik geen spelbreker voor mijn pakje tabak. Ik lees over wilde informatie stormen.
      Buiten zit een dakloze gebogen over een reeks van kranten. Ik loop 8 trappen naar beneden, laat mezelf naar buiten door de 2 toegangsdeuren van glas. Als ik voor hem sta, schrikt hij op. Ik wijs naar boven en zeg: 'Étoiles filantes'. We kijken samen naar de mist die boven Brussel hangt. We wachten op de Perseïden. Samen is minder alleen, want ik ben aan de andere kant van de wereld en iedereen kan verdwijnen, incluis ikzelf. Je antwoordt me niet meer. Je wist toch nooit echt iets van enkelvoud en meervoud.
      Ik blaas de rook uit over Brussel. Hard tegen hard. De hemel vertoont licht, ik vertoon vermoeidheid. Ik zie hoe een fietser met een helm en een fluoriserend jasje wordt ingehaald door een bus vol Chinezen. Mijn glasplaat ligt gewikkeld in mijn dekbed, als ware het een mummie. De koffie is zo bitter als het bericht wat ik vannacht kreeg. Maar ook te verwachten, want ik liet hem te lang op het vuur staan.

    'We gaan lachen op de kermis', zei ze. En we hebben alles om het te maken, dus waarom niet? In de inktvis voor vergeten. Een ander antwoordde me dat de mooiste bloemen in de meest barre leefomgevingen groeiden. Je had zoveel verhalen over familieleden die uit ramen sprongen terwijl andere familieleden toekeken via spiegels. En ik begreep meer en meer de oorsprong van de films uit de Scandinavische landen. Misschien wilde ik daarom wel een gezin met je stichten. Ik ontleed liever dan dat ik iets tot me neem. 

    We hebben geen contact meer, dan is het moeilijk nog iets te ontleden. Want wat valt er te ontleden als er geen grond is? Dus ik eet, want dat is de beweging van buiten naar binnen. Ik eet me misselijk, en rook totdat ik elke ochtend de smaak in mijn mond heb die ik ruik bij mensen met een abnormale rookverslaving. En als ik mijn moeder zeg dat ik rook, zegt ze dat de geneeskunde heeft bewezen dat je daar van sterft. En als ik zeg dat zij ook rookte, zegt zij dat ze is gestopt, en ik geef haar van repliek dat ik ook zal stoppen, want ik wil ouder worden dan de oudste mens. Sterker nog: ik wil de mensheid overleven. Ik ben dan wel menselijker dan wie dan ook: ik heb een wil. En waar een wil is, is een weg. Een weg naar de wetten. Die weg heb ik genomen. Tot hier en niet verder, dus ik stap uit. Ditmaal geen 14 uur onderweg , ik blijf in België. Postcode 9999. Misschien duurde het 1 uur en 4 minuten. Cijfers staan nog altijd alleen. Mijn Sudoku boekje is nat geworden en heeft de vorm van een golfplaat. De zonnenbloemen kijken naar hun wortels, er is geen zon om te volgen. De roofvogels hebben plaatsgemaakt voor duiven, die gekscherend over het land bewegen. Ze lijken zelf ook aan te voelen dat het niet klopt.

    Ik wil niet dat het verandert. Geloof me nu maar en kom terug. Want jullie zijn de jagers die ik bewonder en waarvoor ik mijn menselijkheid zou inruilen. De binnenkant van mijn wang ligt open, alsware jij het die me wilde voeden. Het verschil tussen voeden en gevoed worden is blijkbaar klein.

    In mijn droom plukten we bramen. Ik herinner het me als ik de struiken zie langs het spoor. Ik wil ze plukken, wassen, koken en op een boterham smeren met een houten pollepel. Dat klinkt Deens, niet? In feite doen we dat ook in Nederland. We hadden plekjes waar we moesten geraken zonder dat andere mensen ons zagen, want dat is zo in het bramenplukmilieu. Je wilt niet dat andere mensen jou plek ontdekken. Niemand zal ooit tegen je zeggen: 'Weet je waar je naar toe moet gaan voor de sappigste bramen voor wel 20 potten confiture?'. Nee. Dat bestaat niet. Zoals rechtvaardigheid ook niet bestaat. Want de mens is slecht van zijner jeugd aan. Als je klein bent kun je je niet voorstellen wat het is om groot te zijn. Dus houd ik me laag bij de grond. Zo zal ik nooit vliegen. Toch noemde je me vogel met kleine voeten. Zo lang kenden we elkaar dan ook weer niet. 5 avonden en 5 ochtenden. Dat maakt 10 dagen. In ons laatste gesprek zag je een vallende ster en sprak je je wens uit. Dat is dus een doemscenario.



  5.  


    Out of my need for knowledge,
    I watched night create day

     


  6.  


    tilt (something) in a particular direction.
    she cocked her head slightly to one side
    synonyms:   tilttipangleinclinedip

     




  7. Ik miste je vanochtend toen er allemaal bussen langs kwamen en de beelden van jou zwaaiend achter het raam niet overeen kwamen met de werkelijkheid.....Leegte.....




  8. We zijn niks veranderd.
    Geen één van ons werd anders. 

    't Is niet omdat ik 't niet goed 
    met u kan vinden. Integendeel.

    Maar waar dient 't voor?
    - We hebben niks gemeen samen.

    We verliezen onze tijd.

    Waar leidt dit toe?

    Waar gaan jullie heen met z'n allen!
    Op slakkenjacht?

    Ik heb de Maagd erom gevraagd,
    maar ze schonk me niks. 

    Ik wil eigenlijk zeggen
    dat ik u nooit meer kan zien. 







  9.  

    i dont know about relationships (in any kind of ship)
    do you know about depression
    i know about existence
    it's never de helaasheid on itself. it's de helaasheid of dingen. because dingen is like things is like randomness is like life in general combined with a fixed plan.

    there is always force.

    there is always a black cat here: Kafka. 

    i took a bath with C / C

    C filled a glass of water, I emptied it, she had to go out of the bath to fill it again

    C said he sometimes falls asleep in the bath, when his mouth fills with water he awakes 

    dig your own grave i said

    i told him about my neighbour who had a heart attack and fell in the pool he dug by himself, he died

    my legs were out of the bath

    i decided not to shampoo my hair

    we smoked a cigarette on the terrace where i could see clouds, they looked like watering clouds, but just in their shapes

     


  10. Dat mensen niet op lange termijn kunnen denken





  11. Er stonden veel krokusjes langs het pad en we zongen:" De lente komt, de lente komt al sluim'ren nog de velden, dat kwam een bloempje uit de sneeuw met witte klokjes melden, de lente komt!" Een liedje van vroeger, hij zong het steeds mee en we keken naar krokusjes. 


  12. YOU GOT TO SEE GOD





  13. Omdat ik niet weet hoe ik moet beginnen, de lijnen, er in gaan staan, alles zo en zo is.
      Ze heeft boterhammen voor hem gemaakt, speciaal met worst dat heeft hij zo graag, toch? 'Ja' en 'sloom' en 'doei schatje' en 'tot vanavond'. Ze draagt een driehoek op haar hoofd. Het Nederlandse vlotte, alles direct begrijpen en antwoorden, het geeft me een steek van heimwee. Ik heb mijn cultuur begrepen door te verhuizen, om er dan achter te komen dat ik het kwijt ben.   
      Gisteravond fietsten we hier en werd ik boos omdat je uitweidde over het gegeven 'advies geven' in plaats dat je me advies gaf. Meta-gij,
    schip zonder haven tegen vliegtuig zonder vliegveld: de enige man die ik al zo lang aan mijn zijde heb en niet mijn vader is. Die ligt in het ziekenhuis. Ik met als voornemen: hem vertellen over de eieren die ik raapte bij mijn zus en dat ik ze van een afstand in het mandje gooide omdat ik dacht dat ze hard werden gelegd. En dat ik honderd uren huilde wanneer mijn zus vertelde dat ze ging trouwen. Van de hak op te tak, dat lezen mensen niet en ik zal jou eens niet lezen.
      Hoe overbrugbaar de tijd blijkt en dat met trouwen niets veranderd, net als met jarig zijn. Constructies die ons helpen de tijd in te vullen.
      Dat je wel wilde vernoemd worden naar een straat en je leerde roken van een Argentiniër.
      Volgens de vrouw die me de eerste koffie geeft van de dag heb ik een heerlijk accent dat ik niet kon verbergen. Ze begreep niet dat het probleem van mijn accent is dat het schommelt en niets te maken heeft met verbergen, dat het zo weird is als het is. Niemand had in geen vijf jaar koffie bij jou gedronken. Jij rook het niet, ik proefde het wel.
      De vadermoeder zwaaien de dochter uit, de moeder klopt iets van de jas van de man. Ik luister Nico, een man helpt een vrouw haar koffer in het rek te tillen. Ik heb al een kompaan gevonden, we werpen blikken naar elkaar als er mensen praten, want we zitten in de stilte coupé. Buiten wordt er gerookt, gister vond je een sigaret onder de tuinstoel en je riep uit hoe het toch mogelijk is dat mensen niet één dag zonder een 'stickie' kunnen. Mijn broer heeft nooit een verslaving gehad. Ik had moeten wachten met mijn gevulde koek voor tijdens het rijden van de trein, dat is veel leuker, maar ik moet nog veel leren. Met jou gearmd lopen voelt even vertrouwd als wat dan ook om niet uit te glijden. 
      Met het tonen van vervoersbewijzen kijkt iedereen naar elkaar, een moment van saamhorigheid . De beweging van me omdraaien. FC Utrecht verliest van PSV, ploeg had kansen maar miste het doel.
      Dat taal al eeuwen als discutabel platform wordt gebruikt, en dat dit zeker ingezet mag worden als excuus. Linguïstische problemen. Oraal genot. De wc bril stond vroeger weleens omhoog als ik s' nachts ging plassen en de kou van die rand waar soms ook nog een druppel op zat, ze liet me binnensmonds schelden tegen het mannelijk front van dit huis. 50/50. Wanneer mijn broer mijn hoofd in het vuile afwaswater duwde,


  14. en dat iemand vroeg: "wie heeft de hemel van mij gestolen?"
    - dat ik niet wist of ik het me moest aantrekken.

    Ik zie hoe de zwangere buik van een vrouw kan lijken op een semi-abstract monumentaal brons sculptuur. Hoe je aders een reliëf maken van je arm, hoe de begeerte een gat in mijn maag knaagt en je watermeloen van mijn mond veegt. Tussen liefde en lust, drijft daar de pathetiek? De pathetiek, nee, van dat woord hield je niet. De paradox misschien, mijn kut die naar de hemel staart en het vreet, mama, het vreet, in en aan mij, want instinctenpatronen kunnen behoorlijk uitgebreid zijn, zoals nestbouw bij vogels of het baltsgedrag van de stekelbaars. Het ruikt nog altijd een beetje naar je, de afdrukken van je vingers staan in mijn nek en je gaf me gekruiste vingers op mijn bericht dat we elkaar niet meer ontmoeten. 

    I want to be alone: the rise and rise of solo living. Soms moet je een ervaring forceren om te voelen, soms moet je niet voelen om te ervaren. Het probleem is dat je verliefd wordt op je familie, zei iemand, iemand die ook niet met tranen haar land verliet. 

     









  15.  

     


  16.  

     


  17. Saturday 21.37.  

    Ik:

    Oh, een storm bedreigt 

    Mijn leven vandaag 

    Als ik geen beschutting krijg 

    Oh ja, ga ik vervagen

    jij:

    Ik snij je nagels en kam je haar 

    Ik draag je de trap af 

    Ik wilde er van de andere kant dwars doorheen kijken

    Ik wilde een parcours lopen met geen einde in zicht

     

    How long is now?

    Now's the only time I know. 

     









  18. RECEIVER OF WRECK


  19. ponder the art of my living



  20. Ja .. maar hoort erbij denk ik - bloed zweet en tranen 15:41

    Maar wat weet ik 15:41

    Je moet je ruimte nemen anders kun je het sowieso wel vergeten op den duur 15:41




  21. Omdat we allemaal op zoek zijn naar invulling, vervulling en opvulling. Naar hoe vlees rauw kan smaken, naar angst tussen willen en kunnen, met het doen, het smijten, op zoek naar een nieuw thuis, vanuit mijn hart, kut en ledematen. Op de vloer. Over de vraag hoe de ziel een ding was in mijn hoofd, de zonde een vloek, en God een man met een grijze baard. Hoe ik woord ben gaan loskoppelen van beeld, hoe alles harder en scherper werd met de tijd. Ik nu vertrek vanuit intentie, maar woorden zullen altijd dingen blijven. Een beetje zoals bij Pictionary. Misschien vandaar de inspiratie uit Lannoo's Jeugdencyclopedie. Het Testament, dat ik daar theater over moest maken en terwijl voorspellen wetenschappers dat ons soort over 100 jaar niet meer bestaat. Because words are actions and you can not put them back. maar zonder God in je ziel ben je alleen zelfs als er iemand bij je is. Hoe geraak ik dichter bij God? Door een delta te bouwen?

    Celebrating the ending of life, or ways of life, the completion of important tasks or performances. If you have to ask "Why are we (they) doing this?" the effect of the ritual is lost. Ritual = a religious or solemn ceremony consisting of a series of actions performed according to a prescribed order.

     













  22. En niemand maakt zich hier zich zorgen, behalve als ze hardop spreken, over de telefoon, over anderen.
    Spuwen gaat gepaard met excuses, behalve door de man in het midden van het park, hij die lijkt op een bundel garen.

    Zo ga ik elke avond te voet naar plekken zonder reden, louter om te pogen dichter te geraken bij de stad. Tot nu toe gaat elke stap zoals met breien: meerderen en minderen. Ik dacht gewoon altijd dat ik veel meer was, maar nu is de enige optie het casino, want Sudoku gaat niet, ik ben dronken. Mijn gesprekspartner is er niet, gelukkig en helaas, zoals dat gaat vaak met gesprekspartners waar je niet voor hebt gekozen maar met wie er wel iets ontstaat. Het 'iets' in deze zinsconstructie is cruciaal, zo cruciaal dat ik er niet over uitweid. Op de gesprekspartner na, ken ik hier niemand die ik vertrouw. 
    Ik besluit binnen te gaan. 'Which hands are my real hands? No they are fake, they are inconvenient', zingen de mannen. Mijn haar gaat van los naar vast en terug. 'Yes, that's all it took. One beer. Thanks mate'. Ik houd een tafel voor 8 personen bezet en maak kennis met Alex, het meisje dat de verfijning is die mij ontbreekt. We drinken op de toekomst en op de regel van het roken, die eigenlijk nooit een regel was tot ik die vandaag verbrak (en als je iets verbreekt moet dat wel te maken hebben met een regel). Dit is een avond waarop de helft van de mensen de gebeurtenissen van de avond ervoor wegdrinkt en de andere helft gebeurtenissen aanmaakt die morgen moeten worden weggedronken. Ik behoor tot geen van de twee, wel zit er nog iemand alleen in de pub en dat maakt je tot elkaar aangewezen. Hij maakt een foto van me en nee, ik ben geen Duitser. Aan de tafel voor me gaat er een gevouwen papier rond waar ieder een lichaamsdeel op tekent, zoiets als actie-origami maar dan met een andere betekenis. Tot grote hilariteit is het resultaat een travestiet zonder armen. Alsof dit buiten hen is ontstaan, blijft het uitgevouwen papiertje lachsalvo's genereren, onder het toezicht van mijn priemend oog. Ik twijfel tussen een Classic Burger en een Cheese Burger. Tussen deze vraagstukken in, drink ik tot er geen emmer meer is. Ik rook mijn tweede sigaret van de dag met Alex, afkomstig uit mijn pakje door haar aangeboden, hetgeen ik herleid tot Britse humor. Alex steekt het pakje zorgvuldig weg en ik corrigeer haar niet want ik wil de pret niet bederven. Om de avond af te sluiten bestel ik een Classic Cheeseburger, waar hartelijk mee wordt gelachen. De barman roept me toe dat ik net het geheim van Duitse humor heb ontrafeld: 'It's cheesy!' Ik vertrek met honger en zonder sigaretten. Käsig en klef kom ik aan bij het huis van de gesprekspartner. Hij heeft zich half achter de gordijnen verscholen en trekt zich terug als onze blikken elkaar kruisen. Ik val in slaap onder het wakend oog van Darth Fader.

    Anderdaags zie ik de trein als een silhouet en ik mis een landkaart en mijn Zakgids Vogels. Je stuurt foto's van je kinderen en ik wil ook weer dagen van verjaardagtraktaties, van de hand die besluiteloos boven de schaal blijft bewegen en de aanstalten van de juffrouw die verder gaat en dat is achteraf gezien het best, want dan heb je gewoon geen keuze meer. Toen ik tien jaar werd, maakte mijn vader zwanen van soezen deeg, 21 stuks, voor ieder één.

    Zo verlies ik altijd de draad, die nooit rood is, maar altijd blauw. Ik leer elke dag een beetje bij en sta nooit met lege handen, behalve toen de pompoenen groen waren. Dat had niet te maken met optellen en aftrekken, maar met herkomst. Dus toch de stand van de maan, toenemend, afnemend en het getij.

     







  23. Als er uiteindelijk godverdomme maar geneukt wordt.














  24. The Queen owns the dinosaurs - pictures and facts

















  25. En altijd de beweging van binnen naar buiten en altijd het boek onder haar arm, waar ze in las zonder ezelsoren te maken, want dat ging niet gepaard met de kleur van haar ziel. Wikkend en wegend als bij de naam die nog altijd niet samenging met haar zijn. Sprekend over ditjes en peinzend over datjes en sluimerend eenzaam, maar de mensen op de trein vergaven haar dat evengoed als de mensen die haar nooit volledig begrepen. Haar perceptie had dezelfde kleur als haar initialen en of dat enkelvoud of meervoud was had ze niet durven vragen. Op school droeg ze een vlecht die haar moeder in de ochtend in haar lichaam kerfde, dat gevoel liep tot aan haar tenen. Als ze moe was draaide haar zicht mee met de beweging van de aarde en als ze haar neus snoot na een glas rode wijn, proefde ze de smaak van pure alcohol. Niemand verbood haar mannen te ontvangen en iedereen vroeg zich af of ze niet eenzaam was. Het antwoord lag in de woorden waarmee ze zich ontsloot van de dagen die nachten werden en terug dagen, waarbij enkel de maan een oogje in 't zeil hield, want de maan is al de tijden in één en dat had ze nooit bij mensen gezien.  


  26. Waar ze echt goed in was wist niemand, want de dagen droegen haar in stilte. De verdieping lag verstopt, onder stenen die gebruikt werden om mee te ketsen. En zo bestond haar aanwezigheid bij de hoeveelheid sprongen over het wateroppervlak. Er bestonden geen spelregels voor hetgeen de mannen deden aan de rand van het water en zo zat ze het eerste jaar op de plek waar het getij te zien was. Het stijgen van de rivier was de tijd die haar dwong te stoppen met jagen. Met jagen was het nooit duidelijk wie de prooi was. Een eeuwig rollenspel, dat niet enkel het dierenrijk tekende, zoals zij niet enkel de stad kleurde. Er kwamen voetgangers die zich verstopten tussen de bomen naast haar. Soms keek ze om, soms staarde ze verder, afhankelijk of de verdieping gevuld was of leeg. Ze at enkel komkommer en baarde zich geen zorgen, want alles buiten haar territorium was onbekend terrein. Hier dacht ze de stad te begrijpen. Ze trok aan niets en niets trok aan haar, ze had de tijd om aan te meren. Er was geen stijger, daar had ze niet om gevraagd. Wel een oever aan de overkant, en een instrument aan haar mond. Als ze door de opening ademde maakte het geluid. Ze sliep met haar handen in de oren om het geruis van haar bloed dichter bij te hebben. Alles was gereduceerd tot een lichtblauwe waas, maar dat kon ze pas achteraf vertellen. De haan van de buren liet zich horen rond het middaguur. Het dier klonk gegijzeld en daardoor voelde zij zich vrij. 

    Als je ze naast elkaar zet zie je het verschil pas echt, maar dat is met alles zo. Vergelijkingen kennen hun oorsprong in de wiskunde en hun veralgemening in de taal.


  27. Het is de beweging van buiten naar binnen. Van de draad verloren zijn sinds ik mijn sokken zelf stop. Het gebrek aan discipline om mijn leven in te vullen zoals zij dat voor mij deden.

    In het bed, met de rug tegen de muur van de logeerkamer, de tv op de commode en de zomerzon door de half openstaande balkondeuren. De jeugd waarbij iedermoment aan geuren gelinkt kan worden. Nu word ik wakker met mijn arm om de kruik geslagen; warm door mijn lichaam. Ik lik de honing van mijn dekbed; zo word ik de zwerver van mijn eigen onkunde. De discipline, mama, de kracht en mezelf te laten relativeren zonder dat uit te spreken, papa.

    Mijn moeder heeft altijd begrepen dat de dagen na de winterzonnewende gaan lengen, maar in de krant leest ze het tegenovergestelde. 
    Mama, de dagen zijn inderdaad weer aan het lengen, maar in het begin gaat dat heel langzaam. Sterker nog, in de ochtend verliezen we nog een klein beetje tijd (seconden). In de namiddag winnen we echter meer seconden en dus is de totale balans dat de daglichtperiode weer iets langer wordt. Het later opkomen de van de zon houdt nog een paar dagen aan. Het later ondergaan is ook al enige tijd bezig. Op 13 december ging de zon om 16.27 uur onder, vandaag alweer om 16.35 uur. Vanaf 5 januari begint het ook beetje bij beetje vroeger licht te worden.

    Dat is met licht en donker, zoals bij het natekenen van appels, in zwart/wit. Mijn moeder vindt dat heel moelijk, ze ziet het licht, donker en de schaduwen niet. In kleur mag ze het niet doen, want dan wordt het volgens de docente een kleurplaatje. Het gaat om het volume en de tinten. Volgende week gaan ze ook anders fruit tekenen, zoals bananen.

    Mijn moeder zegt dat als ze dood gaat wilt dat ik weet hoe het echt was. Geen toneelspel. 

     




  28. Zelfs wanneer ze haar serviet vouwt tot een propje doet ze dit met elegantie. Haar duim tegen haar slaap. wiegend met haar hoofd van links naar rechts. De arm van de hand van de sigaret tussen de middel en wijsvinger onder haar ellenboog. De kleur van haar kapsel dat als een volume op haar hoofd rust en niet lijkt te wegen. Als ik dit zie is alles eigenlijk goed zoals het is, hier in de tuin van de aristocratie, waar blauw bloed stroomt door nerven die ooit leeg waren. Over de coherentie spreekt ze tegen haar vriendin, die met haar handen gevouwen in de schoot een constante glimlach op haar gezicht vouwt en instemmend knikt bij alles wat er wordt gezegd. Hoe ze haar woorden kracht bij zet door kleine bewegingen te maken met haar handen. Als ik niet beter had geweten was ik hier gebleven, aan de tafel van marmer, waar mijn nerven op aansluiten zonder op of voorbehoud. Enkel een ritme voeren. Met naast ons een volgend marmer, gereserveerd in het Duits, met daarnaast de bourgeoisie die trekt aan Lord Extra, terwijl wij het papier deppen met onze kledingstukken om doorlopende woorden af te sluiten van absorberende vloeistof.

    Het zijn de klokken die de tijd aanduiden. De beweging die daar op volgt kan niets ander zijn dan één van 'ja, ja', en het onbehulpzaam wegstrijken van haren die toch niet voor de ogen hingen. Want is dat niet de beweging die we ons voortdurend voorhouden, die tussen taal en patronen in? Het ritme wat we onszelf ooit aanleerden, tussen het gezelschapsspel en de vervlakking in? En dan komt er een dag waarop je je buik vasthoudt en je met een kritische blik op je horloge kijkt en je gesprekspartner niet langer een vrouw is, maar een vriend die je zoon had kunnen zijn, maar die je niet meer ziet omwille van omstandigheden waar je niet tegen opgewassen was. In de ruimte onder je ogen hangt leed wat iemand je ooit aanduidde met een balpen, als een dirigent van de grote en de kleine dingen.

    Zelfs als je snurkt zijn we gelijk in ademhaling, wat we niet per sé weten, maar waar we beiden vrij zeker van zijn. En dat maakt alles dan weer onderhevig aan louter toeval, vinger nat en in de wind, van oost naar west, maar ook daartussenin, want elke ruimte heeft iets ertussen in, een beetje zoals met de wind en open armen. En net als ik denk dat ik het allemaal voor elkaar heb kom jij nog een mooier landschap tekenen. Uit het oog is niet uit het hart, dat is onderdeel van de reeks gebeurtenissen die ons voller maken en laten doen streven naar coherentie, wat ons toch nooit zal lukken. Elke brokstuk is een steengebergte en steengebergten hebben geen verdriet. Niet praten, niet over banale feiten die terugslaan op een venijnige jaloezie. Ik neuk in meervoud en de herhaling laat me alleszins/ enigszins koud. Vroeg of laat is alles verwaarloosbaar. Het onbeduidende object blijkt de maan te zijn. Wie had dat ooit kunnen denken, mr. je ne sais quoi.

    Ik blijf maar tafels aanschuiven om de uitkomst van een som te berekenen, maar het enige wat ik weet van Einstein is dat hij een groot voorhoofd had en dan nog iets van de Relativiteitstheorie die ik nooit heb begrepen. Als vervolgens het schaamrood op mijn wangen staat verlies ik de volledige zekerheid over mijn kennis, die me koud laat, maar niet in het bijzijn van anderen. Want ik conformeer me dan niet graag, aan sommige oordelen ontkom je niet, hoe eerlijk je dan ook mag zijn. Dat getekende landschap is een tuin, daar ben ik zeker van. Alhoewel mijn voorkeur uitgaat naar iets minder voor de hand liggend, of iets meer romantisch, als een Caspar David Friedrich, zo dat sublieme, uit de grond getrokken kluwen aarde en vegen die de zee symboliseren. Nee, daar geloof ik niet in. Ik geloof in jou ademhaling en dat klinkt pathetisch en als met rollende ogen tot vervelends aan toe bevestiging toekennen in elkaars bestaan, wat evenwijdig staat aan de hartslag van de pathetiek en onroerend goed, zonder t maar misschien een stam + t, wat betekent dat het uitvoerbaar is en we hier iets van kunnen maken, wat verder gaat dan het sparen van miljoenen zaadellen tegen volgende week.





  29. Wie kan me, wie heeft nu de moed, om te zeggen wat er goed voor me is en wanneer heb ik de moed om dit te vragen of om te spreken vanuit wat ik voel en dat alles zoveel kanten heeft, meer dan 

     


  30. De mannen op de trein willen ook altijd links van het gangpad zitten om reikhalzend te kijken naar de wolken waaronder de prostituees de dagen aan elkaar naaien.

    Vanwege de natte straat schuurt de fietser verticaal meters over het asfalt.

    Autobestuurders verwijten fietsers verwijten voetgangers verwijten de fietser die de goden bedankt dat hij nog leeft.

    Ik verwijt jou dat je me nu enkel berichten stuurt waarbij je een weersomstandigheid mededeelt, waar ik gelukkig elke dag op kan reageren, want we zijn zoveel wolken van elkaar verwijdert dat er altijd wel een verschil is.  Daar bedank ik de weergoden voor. Alsof ze rekening houden met de zin van ons contact, die is afgenomen sinds donderdag op vrijdag. Ik was niet goedgeluimd. Geen van ons twee ziet de reden in van dit excuus, dus houden we de afstand voor die van kilometers. Jij in de nabijheid van je vriendin, ik in de nabijheid van mijn kut. Het leven wordt er gelukkiger elke dag iets mooier op. Ik verzin redenen om te blijven waar ik ben, of dat nu onderweg is of met enige vertraging.
    Geen excuses voor dit ongemak, wel veel zones met dode hoeken en als er een seinstoring is kan ik grijpen naar mijn binnenste. Voor alles is een eerste en een laatste keer, weet je. 

     






  31. Een kenmerk van nimfen is dat ze min of meer op de imago lijken als ze uit het ei kruipen en ze per vervelling geleidelijk aan meer specifieke kenmerken krijgen. Ik sliep tot de zon me uit de tent brandde en jij al uren daarvoor had ontbeten met je kinderen. Lag je aan het zwembad, toen ik in de schaduw van het huis onderweg was naar de koffie? Of liep jij in de schaduw van het huis, onderweg naar koffie, toen ik aan het zwembad lag? Zonder mensen geen Goden. Dat ondervonden we uren later toen de zon over haar hoogste punt was en we naast elkaar tussen uitgestrekte velden fietsten. Voorop de fiets je zoontje, zoals ik vroeger zat met een propeller op het stuur, alsof ik de richting bepaalde. Nu waren er 4 zwarte vierkanten die constant naar rechts keken, naar dit blonde wezen wat vederlicht de pedalen bediende. We volgden de eendimensionale structuur die bestond uit een aaneenschakeling van punten. Een denkbeeldige verbinding tussen het een en het ander, die wij waren. Ik keek terug naar de groeven die jou gezicht markeerden, waar ik me tussen wilde plooien, zonder scheiding tussen ons als eenheden. 

     











  32.  

     



  33. dag 1. 

    De crumble ruikt naar de speculaaskoekjes die we op school maakten, op adventsdag. We vierden dit altijd op een zaterdag, de hele school rook naar dennenaalden, bijenwas en zoetigheid.
    Het maken van de ster van zilverpapier was een taak voor de moeders, het voelde licht en pastel in het klaslokaal. De vaders maakten de adventskrans met de vier kaarsen. De basis was een houten structuur, als ik die zag liggen in de schuur begreep ik nooit waarvoor hij diende, tot ik hem in de fietstas van mijn vader zag onderweg naar school, als ik mijn voet in de fietstas deed.
    Het sparrengroen werd om de houten krans gevlochten en vastgespijkerd, alle vaders met baarden stonden gebogen in een afgelegen tussenruimte, die bezaaid was met dennengroen. De kinderen renden tussen dit alles door, met limonade, giebelend, trekkend en duwend. Vooral niet kijken, enkel de neus achterna naar het lokaal waar de koekjes werden gemaakt. Met het speculaasdeeg kon je zelf een vorm maken en hoe ouder je werd, hoe minder de vorm er toe deed. Ja, het was de smaak van de geur die je was gevolgd en die mij blijft achtervolgen, zelfs nu, twintig jaar later, in een ander land. 

    De foto bovenstaand doet me denken aan het huis van mijn tante. Van mijn tante mocht ik kauwgom eten en voor in de auto zitten, maar ook slagroom kloppen en proeven of er genoeg suiker in zat.


  34. En toen was er geen dag meer.

     




  35. BYE, MIMI. YOU ARE REALLY BEAUTIFUL

     

     

     

     

     

     

     


Built with Berta